Klimaatgerechtigheid, 2e bedrijf: een strenge uitspraak van de Franse Raad van State - ENDOW 2017

Klimaatgerechtigheid, 2e bedrijf: een strenge uitspraak van de Franse Raad van State

Op 1 juli 2021 heeft de Franse Raad van State de regering aangemaand om binnen de negen maanden op te treden tegen de klimaatverandering. (Emile Bodart)

Volgens de openbare rapporteur, S. Hoynck, is dit het “eerste klimaatgeschil” dat de Raad van State heeft behandeld, eerst in zijn arrest van 19 november 2020, dat we eerder al bespraken, en vervolgens in het arrest waarover het hier gaat.

Om na te gaan of de regering de doelstellingen voor de vermindering van de Franse uitstoot van BKG, zoals bepaald door artikel L. 100-4 van het Franse energiewetboek (-40% in 2030 tegenover het niveau van 1990) en door bijlage I van de verordening (EU) 2018/842 van 30 mei 2018 (-37% in 2030 tegenover het niveau van de 2005), zal bereiken, baseert de Raad van State zich op de elementen en documenten die werden voorgelegd in het kader van het bijkomende onderzoek dat hij had bevolen in zijn beslissing van november 2020, en in het bijzonder op de door het Centre interprofessionnel technique d’études de la pollution atmosphérique (CITEPA) verzamelde voorlopige gegevens.

Volgens het CITEPA “bedroeg de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2019 ongeveer 441 Mt CO2 eq.”. Volgens de minister “mag men Frankrijk in het licht van deze uitstoot van broeikasgassen echter als een van de zuinigste geïndustrialiseerde landen ter zake beschouwen”, maar de opperste administratieve rechtbank meent dat “de vermindering evenwel beperkt lijkt”. De eerste koolstofbegroting beoogde immers een vermindering met 5,7% in de periode van 2015 tot 2018, en de derde koolstofbegroting (voor de periode van 2024 tot 2028) “voorziet volgens de door het decreet herziene nationale koolstofarme strategie (stratégie nationale bas carbone) een vermindering met gemiddeld 3% per jaar vanaf 2025”, dus in totaal 12% in vier jaar.

De vaststelling is duidelijk: volgens de rechters van het Palais Royal volstaan de huidige verbintenissen niet om deze doelstellingen te bereiken. De rechtbank baseert zich ook op verscheidene rapporten en adviezen die de milieuautoriteit van de Conseil général de l’environnement et du développement durable (CGEDD), de Conseil économique, social et environnemental (CESE) en de Haut conseil pour le climat (HCC) tussen 2019 en 2021 hebben gepubliceerd. Daaruit blijkt dat “het nieuwe traject voor de vermindering van de uitstoot de broeikasgassen impliceert dat men op korte termijn bijkomende maatregelen neemt om vanaf 2023 de beoogde versnelling van de beperking van de uitstoot van broeikasgassen te kunnen realiseren”.

Ten slotte wordt verwezen naar het ontbreken van een ernstige betwisting door de minister van de ecologische transitie “van de vaststelling van de noodzaak van het opdrijven van de inspanningen om de doelstellingen in 2030 te bereiken en van de onmogelijkheid om dat met de tot op heden genomen maatregelen te doen”.

Na de vaststelling van deze verschillende elementen gelast de Raad van State de premier “om alle nuttige maatregelen te nemen om de curve van de uitstoot van broeikasgassen op het nationale grondgebied om te buigen en de naleving van de doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (…) voor 31 maart 2022 te verzekeren”. De Raad van State zal zich na deze negen maanden uitspreken over de doeltreffendheid van de maatregelen en zal indien nodig een dwangsom opleggen in het geschil over de luchtvervuiling (CE, ass., 10 juill. 2020, n° 428409, Les amis de la Terre).

Naar het volledige artikel op de website van EQUAL Academy (in het Frans).

Photo: ENDOW 2017

EQUAL partners

door EQUAL partners

Gepubliceerd op

Verwante expertise