Versterkte bestrijding van de milieucriminaliteit in Wallonië - EQUAL team

Versterkte bestrijding van de milieucriminaliteit in Wallonië

Het gedeelte van het Waals Milieuwetboek over de milieucriminaliteit werd op 3 mei jongstleden gewijzigd.

Het is de bedoeling om de bestrijders van de milieucriminaliteit bijkomende rechtsmiddelen te geven om een einde te maken aan het gevoel van straffeloosheid. Hieronder volgt een niet-exhaustieve voorstelling van de belangrijkste wijzigingen die op 1 januari 2021 in voege treden:

Administratieve verantwoordelijkheid van bepaalde publiekrechtelijke rechtspersonen

Het nieuwe artikel D.140 van het Milieuwetboek bepaalt dat de in het artikel vermelde publiekrechtelijke rechtspersonen, waaronder de gemeenten, kunnen worden vervolgd door de gewestelijke of gemeentelijke sanctionerende ambtenaar, die een van de herstelmaatregelen kan opleggen bedoeld in het nieuwe artikel D.201 van het Milieuwetboek (bijvoorbeeld het herstel van de site), met uitzondering van administratieve boetes.

Centraal bestand van de milieucriminaliteit

Om een betere coördinatie en effectiviteit van het vervolgingsbeleid voor het milieu te verzekeren, voorziet het nieuwe artikel D.144 van het Milieuwetboek dat het DG03 een centraal bestand van de milieucriminaliteit moet samenstellen en beheren, om de bevoegde personen in staat te stellen hun kennis van overtredingen onderling uit te wisselen.

Uitbreiding van de onderzoeksbevoegdheden van de vaststellende ambtenaren

De onderzoeksbevoegdheden van de vaststellende ambtenaren worden uitgebreid met de mogelijkheid om vaststellingen te doen met behulp van audiovisuele middelen en metingen uit te voeren met een geluidsmeter.

Gedeclasseerde overtredingen

Deze kleinere overtredingen – waarvan de lijst door de regering moet worden bepaald – zullen niet langer strafrechtelijk vervolgbaar zijn. De vaststelling van deze overtredingen zal met het oog op een administratieve vervolging rechtstreeks aan de sanctionerende ambtenaar worden bezorgd.

Strengere sancties

De overgang van een overtreding van tweede naar eerste categorie hangt niet langer af van het feit dat de overtreding werd gepleegd met de bedoeling schade te berokkenen, maar wel van de voorwaarde dat ze een winstoogmerk had.

Bovendien worden de maximale bedragen van de administratieve boetes verhoogd: voor overtredingen van de tweede categorie stijgen ze van 100.000 naar 200.000 euro, voor overtredingen van de derde categorie van 10.000 naar 15.000 euro en voor overtredingen van de vierde categorie van 1000 naar 2000 euro.

Uitbreiding van de bevoegdheden van de sanctionerende ambtenaar

De sanctionerende ambtenaar krijgt een ruimere waaier van mogelijke beslissingen.

Dankzij het nieuwe artikel D.203 kan de sanctionerende ambtenaar de overtreder bij wijze van administratieve sanctie een werkstraf voorstellen in plaats van een administratieve boete. Bij de herstelmaatregelen krijgt de sanctionerende ambtenaar de keuze tussen: het herstel, het nemen van maatregelen om de overtreding te doen stoppen, het nemen van maatregelen om de bevolking of het milieu tegen de veroorzaakte hinder te beschermen of om de toegang tot de plaats van de overtreding te verhinderen, het nemen van maatregelen om de door de overtreding en haar gevolgen veroorzaakte hinder te verzachten, de uitvoering van aanlegwerken om de situatie voorlopig te regelen in afwachting van het herstel, de uitvoering van een studie om passende veiligheids- of herstelmaatregelen te bepalen.

Tot slot krijgt de sanctionerende ambtenaar nieuwe bijkomende bevoegdheden die bijzonder nuttig zijn voor de uitoefening van zijn functies. Zo krijgt hij een bevoegdheid tot verbeurdverklaring (art. D.198, §3) en kan hij in het geval van verzachtende omstandigheden het geheel of een deel van de uitgesproken sancties gewoon of op proef opschorten, of het bedrag van de administratieve boete verlagen onder het door artikel D.198 bepaalde minimum (art. D.200). Hij kan ook toezien op de effectiviteit van de beslissingen die hij neemt, door van de overtreder een waarborg te eisen die de bevolen herstelmaatregelen dekt (art. D.211), of door een dwangsom te eisen (art. D.212) indien de opgelegde sancties of de bevolen herstelmaatregelen niet worden uitgevoerd. Bovendien kan de sanctionerende ambtenaar, indien het herstel niet binnen de opgelegde termijn uitgevoerd is, dit ambtshalve laten uitvoeren op kosten van de overtreder (art. D.214). Merk ook op dat het nieuwe artikel D.219 het Gewest en de gemeenten een bijzonder privilege (de wettelijke hypotheek) verleent om het bedrag van administratieve boetes, dwangsommen en herstelkosten te innen.

Photo: EQUAL team

Camille de Bueger

door Camille de Bueger

Gepubliceerd op

Verwante expertise